Cantates 1,2,5,6 De meest feestelijke delen
met trompetten
Jauchzet, frohlocket, wie kent niet
deze prachtige klanken van het openingskoor in
Bachs
Weihnachtsoratorium. Als eenmaal de
pauken, fluiten, en hobo’s onze aandacht vangen
en uitbundige trompetten ons meenemen in een
waterval van vrolijk tuimelende vioolfiguren
barst dat geweldige muzikale feest los van hoop
en verwachting.
Bach schreef de zes cantates, die nu samen
het
Weihnachtsoratorium vormen, voor de
drie kerstdagen en drie navolgende zondagen.
Elke cantate vertelt zijn eigen verhaal en kent
zijn eigen muzikale sfeer. Zo begint de
Sinfonia van de tweede cantate in een
wiegende herderssfeer (fluiten en hobo’s) en
klinkt even later de beroemde alt-aria
Schlafe mein liebster in een
geromantiseerde stalscène. Heel anders zijn de
cantates vijf en zes, waar de dreiging van
Koning Herodes voelbaar is (de kindermoord) en
waar de drie Wijzen de sluwe Herodes weten te
misleiden met hun omweg.
Geen enkel werk is zo verbonden met het
Kerstverhaal als Bachs Weihnachtsoratorium,
geen Kerst daarom zonder Jauchzet,
frohlocket! Collegium AD MOSAM voert het
Weihnachtsoratorium
uit op oude instrumenten maar in een actuele
interpretatie.
- Koor, orkest en
solisten: Collegium AD MOSAM
- Muzikale leiding: Huub
Ehlen
- Tenor-evangelist:
Julian Podger
- Sopraan: Katharina
Kunz
- Alt: Karolina Hartman
- Bas: Jussi Lehtipuu
|